Q-koorts:

Waarom ruimen geen zin heeft

en

Hoe angst en paniek het beleid bepaalt.

 

 

Sinds herfst 2008 is Nederland in de ban van de q-koorts. Omdat de berichtgeving hierover in de gangbare media nogal wat hiaten en pertinente onwaarheden bevat, is het nuttig om de feiten even op een rijtje te zetten.

 

Eerst even wat feiten: Q-koorts is een besmettelijke abortus bij geiten en schapen. Van de bacterie kunnen ook mensen erg ziek worden. Men neemt aan dat de besmetting naar mensen als volgt verloopt: Zieke geiten aborteren, vrucht, placenta en vruchtwater bevatten miljarden bacteriŽn en blijven in de pot (stro/mest) achter. Aan het eind van het seizoen wordt de stal uitgemest en de mest over het land uitgereden. In de droge zomer verspreid de wind de bacteriŽn via de lucht, en kunnen door mensen ingeademd worden.

                De q-koorts bacterie komt overal voor. (overigens inderdaad niet in zulke hoge concentraties als in het vruchtwater van een zieke geit.) Ook andere dieren kunnen ermee besmet zijn: katten, muizen, reeŽn. In Nederland is 60% van de runderen ermee besmet (bron medewerker COKZ) en bijvoorbeeld 85% van de veeartsen. En 8% van de geiten en 2,5% van de schapen. (Bron: site VWA.)

                Geiten en schapen kunnen tegen q-koorts worden ingeŽnt. Het vaccin bestaat al veel langer, het is alleen nog niet officieel toegelaten in Nederland. Lopend onderzoek naar de werking van het vaccin in het kader van die toelating is niet afgerond, en men noemt de werking daarom niet wetenschappelijk bewezen. (Dit onderzoek wordt overigens 'ernstig gehinderd' door het ruimen: Er zijn namelijk geen besmette, geŽnte geiten meer over om te onderzoeken.) Er is dus niet veel reden om aan de werkzaamheid van het vaccin, een uitontwikkeld product, te twijfelen.

                Er is een verschil tussen 'besmet' en 'ziek'. Net als bijvoorbeeld bij griep, kan iemand met de ziekte besmet zijn zonder ziek te worden. Zo iemand noemen we gezond. Het overgrote deel van de besmette geiten is niet ziek. Zij verwerpen niet. Bij normaal aflammeren brengen ze slechts een fractie van de bacteriŽn in het milieu, van wat er vrijkomt bij verwerpen. Het is zeer twijfelachtig of er dan sprake is van een bedreiging voor de volksgezondheid.

                Niet helemaal duidelijk is de rol van de intensieve veehouderij. Zowel grootschalige geitenbedrijven als 'normale' en ook biologische bedrijven worden getroffen. Daarbij zijn wel twee kanttekeningen te maken: Een grote concentratie van geiten geeft bij eenzelfde ziekteuitbraak een veel grotere besmettingsdruk op de omgeving dan een kleine. Want: als op een klein bedrijf 10% van 100 geiten ziek wordt, zijn er 10 abortussen met dito bacteriŽn. En bij 4000 zijn er dat 400. Daarbij komt nog dat bij een groot bedrijf al die nageboorten, die de besmettingsbron vormen, waarschijnlijk gewoon in de pot blijven liggen omdat het ondoenlijk is al die dingen op te ruimen. Een klein bedrijf raapt ze gewoonlijk netjes op en gooit ze in de kadaverton.

 

Dus wat is er nu gebeurd? Tot 2007 werden jaarlijks 10 tot 15 gevallen van q-koorts gemeld. Sinds 2007 is het aantal meldingen gestegen. In 2007 werden 196, in 2008 circa 1000 en tot begin december 2009, bijna 2300 menselijke Q-koorts gevallen gemeld (Bron: website VWA)

De indruk is ontstaan dat er een explosie van ziektegevallen was, en de gevolgen zijn bekend: Onder druk van brabantse GGD's en de media is aan geitenhouders een serie maatregelen opgelegd met de bedoeling de besmettingsbron in te dammen. Wat begon met beperkingen rond mestuitrijden en vrijwillig enten is uitgelopen op het grootschalig afmaken van geiten en schapen op grond van een aanvankelijk 'anoniem' monitoringonderzoek via de tankmelk.

 

'Treurig, maar noodzakelijk', is de heersende mening over de ruimingen. 'Volksgezondheid gaat nu eenmaal boven alles.' Aan deze redenering schort het ťťn en ander. De ruimingen voegen niets toe aan het entingsbeleid en de overige maatregelen. Bovendien getuigt het afmaken van gezonde, onbesmette geiten van grote onzorgvuldigheid.

 

De lijst met argumenten voor deze stelling is lang:

                De meeste besmette bedrijven liggen in Brabant, het gebied waar ook het grootste deel van de menselijke ziektegevallen zijn. Hier is daarom al vroeg vaccinatie verplicht gesteld. Half december, voordat de ruimingscampagne begon was het grootste deel van de geiten hier inmiddels geŽnt. De meeste geruimde dieren zijn dus gevaccineerd en zouden nooit verworpen hebben. De besmettingsdruk op de omgeving was daarmee allang teruggebracht tot een fractie van wat het anders zou zijn geweest. Het is de vraag of deze dieren nog een risico voor de volksgezondheid vormden.

                Het gros van de geruimde dieren is niet besmet. Een bedrijf wordt geruimd als er tenminste ťťn besmet dier op het bedrijf aanwezig is. De reden hiervoor is alleen een praktische: De besmetting wordt vastgesteld via een tankmelkmonster, waarbij 1 besmet dier op 1000 al kan worden aangetoond. Gezien het voorkomen van de bacterie bij geiten (8% in 2008), valt aan te nemen dat op de meeste besmette bedrijven weinig geÔnfecteerde dieren aanwezig zijn. Anders wordt het als er daadwerkelijk op grote schaal dieren aborteren op een bedrijf, maar dat is meestal niet het geval. Deze tankmelktest is nooit bedoeld geweest om als enige grond te gebruiken om hele bedrijven te ruimen. De makers ervan staan hier ook absoluut niet achter. Er is dus geen dubbel-check door bloedonderzoek of iets dergelijks.

                Deze methode van opsporen heeft verder een totale willekeur tot gevolg. Immers: Alleen melkgevende dieren worden op deze manier getest. De complete vleesschapensector blijft zo buiten beschouwing. (En als je deze feiten vergelijkt met de cijfers van het voorkomen van de bacterie bij runderen, vleesschapenbedrijven, hobbydieren etc. verdwijnt helemaal elke samenhang in het ruimingsbeleid uit beeld.)

                Ook als je van mening bent dat op de kortst mogelijke termijn de besmettingsdruk aanzienlijk omlaag gebracht moet worden Ė gezien het algemeen voorkomen van de bacterie is dit het enig mogelijke doel van het beleid Ė en dat ruimingen daarom onvermijdelijk zijn, is er nog een andere weg. De ziekte is ook via individuele bloedtest aan te tonen. Echter de betrouwbaarheid van de test is slechts 60%. Dwz. 40 % van de besmette dieren wordt er niet mee gevonden. Hier is eenvoudig mee te werken door in herhaalde rondes te testen en te ruimen. Op deze manier worden geen onbesmette dieren geruimd. Het enkele besmette dier dat dan nog gemist wordt, is geen risico voor de volksgezondheid.

                Zoals gezegd komt de bacterie algemeen voor 'in het milieu', dat wil zeggen in de grond, gras, sloten etc. Het verwijderen van besmette dieren van een bedrijf is daarom op zichzelf al een illusie. De bacterie kan op allerlei mogelijke manier een 'q-koorts-vrije' stal in waaien. Ruimen heeft dus hooguit een zeer tijdelijk effect op de ziektedruk onder geiten.

Dit leidt ook tot een ander punt: De verplichte 2-wekelijkse tankmelktest voor melkleverende bedrijven is vergelijkbaar met russische roulette. Het is welhaast onmogelijk om als bedrijf in de loop van jaren, geheel onbesmet te blijven. Besmettingen komen en gaan, overal. Slechts ťťn positieve uitslag tussen alle negatieve betekent: U wordt geruimd. Het lijkt haast onmogelijk om hier blijvend aan te ontsnappen. Dit betekent dat als het huidige beleid wordt voortgezet, er geruimd zal worden tot de laatste geit in Nederland is gedood!

 

Als met enige inside-informatie en nuchterheid valt vast te stellen dat het ruimen onzinnig is, waarom gebeurt het dan?

 

Nuchterheid en relativeringsvermogen zijn precies waaraan het ernstig ontbroken heeft. Niet alleen bij de ministers, maar ook bij hun adviseurs bij het RIVM, de GGD's, vooral ook bij de media, en zeker ook bij de bevolking van dit democratische land zelf! Angst en blinde paniek hebben een enorme druk uitgeoefend om toch vooral iets te doen, welke schade het verder ook teweeg brengt. Van een gezonde kosten-baten-analyse is geen sprake geweest. Vooral de media hebben een kwalijke rol gespeeld in het ophitsen van de bevolking tot een ongebreidelde massahysterie. En hierbij denk ik vooral aan reportages van NOVA en Zembla begin december 2009. Reportages die van leugens aan elkaar geplakt zijn en waaruit maar ťťn conclusie mogelijk is: Er moeten zo snel mogelijk zoveel mogelijk geiten over de kling worden gejaagd. Vooral de vergelijking met de MKZ was daarbij bijzonder storend.

Weet u het nog? 2001. Nederland is in de greep van de Mond- en KlauwZeer. Natuurgebieden zijn afgesloten, alle bedrijven met evenhoevigen op slot. Vee buiten laten grazen is verboden en... besmette bedrijven worden geruimd. Beelden van dooie koeien beheersen het journaal. Boeren hangen kadavers in de bomen en in Groot BrittanniŽ worden enorme brandstapels met kadavers gemaakt omdat de destructie het niet voor kan. Resultaat: De mensen komen in opstand! Is dit nu wel nodig? Kunnen we die koeien dan niet gewoon inenten? Ja, dat kan wel degelijk, maar Nederland heeft zich in internationale vergdragen ertoe verplicht om in zo'n geval te ruimen. Jammer maar helaas. Iedereen spreekt er schande van en kamervragen worden gesteld en moties ingediend. Conclusie achtaf: Voortaan doen we het anders. Er zal alleen geruimd worden als er niet geŽnt kan worden, en gezonde dieren ruimen gaan we niet meer doen.

 

Dat het erbarmelijk gesteld is met het historisch besef wisten we al. Maar een periode van acht jaar zou toch te overbruggen moeten zijn, had ik in mijn grenzeloze optimisme gedacht.

 

Maar toch, zult u misschien zeggen, volksgezondheid gaat boven alles, en de q-koorts vormt een ernstige bedreiging voor die volksgezondheid. Elke maatregel is daarom gerechtvaardigd. De werkelijkheid is anders. Ten eerste is het de vraag in hoeverre het beeld van een explosie van ziektegevallen in 2007 en 2009 klopt. Een toename van het aantal ziektegevallen is namelijk niet het zelfde als een toename van het aantal meldingen van q-koorts. Het is niet moeilijk te bedenken dat door alle aandacht die er nu voor is, een onschuldig lijkend griepje nu eerder als q-koorts herkend zal worden. Veel (lichte) q-koorts gevallen zijn in het verleden waarschijnlijk niet meegeteld. Dit valt overigens ook gewoon te lezen op de website van de VWA. De heer Moll van de Gezondheidsdienst voor Dieren rekent je in nr. 1 van Het Schaap van dit jaar voor dat als je 100 keer zoveel mensen onderzoekt in 2009 als in 2007 (wat heel goed mogelijk is) er zonder enige toename van  van de ziekte, op papier een ernstige toename ontstaat waarbij je ongeveer op 2000 zieken uitkomt. Dit komt ongeveer overeen met het werkelijke aantal patiŽnten in 2009.

 

Ten tweede is op grond van ziekteaantallen niet te bepalen, hoe bedreigend de q-koorts nu eigenlijk is. Dat kan pas als je het vergelijkt met andere ziekten en doodsoorzaken in Nederland. Zo stierven er afgelopen jaar in twee maanden tijd evenveel mensen aan de mexicaanse griep, als aan de q-koorts in een heel jaar. (bron: column GD Het schaap 1, 2010). En dan heb ik het nog niet eens over hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken etc. Toch pakken we de fast-foodketens en cigarettenfabrikanten niet aan zoals we dat nu met de geitenhouderij aan het doen zijn. Ik vermoed dat deze sectoren toch een aanzienlijk grotere bedreiging voor de volksgezondheid vormen.

 

En verder lijken er in dit rijke westerse land risico's steeds minder geaccepteerd worden, waarbij verwacht wordt dat een overheid absolute veiligheid zal garanderen. Waarom voelt men zich in een land met ťťn van de hoogste levensverwachtingen ter wereld toch zo onveilig? Voorbeelden hiervan zijn de roep om 'meer blauw op straat' en de almaar strenger en uitgebreider wordende regelgeving op het gebied van voedselveiligheid. Ook het collectief niet in staat zijn om een ziekte als q-koorts in de juiste verhouding te zien en aan te pakken, is in mijn ogen een symptoom van deze collectieve (psychische) welvaartsziekte. Ik vermoed dat iemand uit pakweg Angola zich dood zou lachen, als hij zou zien wat we hier allemaal overhoop halen (d.w.z. kapot maken) om een relatief gering probleem als de q-koorts aan te pakken.

 

Wat dan? Moeten we dan maar helemaal niets doen? Zeker niet. Als we nu stoppen met ruimen, wordt er nog steeds ongelofelijk veel tegen q-koorts gedaan. Hierbij springt vooral het inenten in het oog, maar er gebeurt nog veel meer. Alleen al bij het RIVM lopen ca. 30 onderzoeken naar het hoe en waarom van de q-koorts met als doel het tot staan brengen van deze ziekte. Ook bij de Gezondheidsdienst voor Dieren wordt er hard gewerkt om de q-koorts aan te pakken. En tenslotte de veehouder zelf: Niemand wil een zoŲnose op zijn bedrijf, en de motivatie in de sector is groot om q-koorts vrij te worden. In overleg met GD en veearts kan dit goed aangepakt worden. Kortom: Het is zeker nodig, maar ook  heel goed mogelijk deze ziekte beheersbaar te maken zonder enorme schade aan te richten.

 

In dat licht wil ik ook nog even ingaan op de financiŽle kant van de zaak. De ruimingen brengen niet alleen enorme schade toe, ze kosten ook enorm veel geld. Bij een ruiming is ca. 30 man betrokken die een hele dag bezig zijn en ca. E 200,-- per uur kosten. Keer inmiddels een kleine 70 ruimingsacties. Ik zou heel graag zien dat dit geld wordt gestoken in de fabriek die de entstof produceert en daarmee flink kan opschalen. Want nog immer is er geen entstof beschikbaar!

 

Terug